Minimally Invasive Aortic Valve Replacement

Aortaklep-aandoeningen

Er zijn twee belangrijke aandoeningen die de aortaklep kunnen aantasten: Aortaklep Stenose (AS, waarbij stenose staat voor vernauwing) en Aortaklep Insufficiëntie (AR) (AR = Aortic Regurgitation).

Eens deze aandoening belangrijk en/of symptomatisch (klachten veroorzakend) wordt, is de beste behandeling meestal een aortaklepvervanging (AVR= Aortic Valve Replacement). In zeer selectieve gevallen kan ook een aortaklepplastie (herstel) uitgevoerd worden. Mini-AVR staat voor een aortaklepvervanging, met minimale invasie. Oftewel: met minimale incisie en minimaal letsel.

Wie komt in aanmerking voor Mini-AVR?

Elke patiënt die een aortaklepvervanging nodig heeft, komt in aanmerking voor deze minimaal invasieve procedure.

Methodiek Mini-AVR

Traditioneel wordt een aortaklep vervangen via een mediane sternotomie (een verticale incisie van 25 à 30 cm op de middenlijn waarbij het borstbeen volledig wordt doorgezaagd). Een Mini-AVR wordt uitgevoerd via een mediane incisie van amper 4 à 5 cm waarbij het borstbeen maar gedeeltelijk wordt doorgezaagd (hemi-sternotomie).

Via een incisie van 4 à 5 cm krijgen we zicht op de aorta.

Inhechten van de kunstklep met parachute-techniek.

Resultaten

In vergelijking met patiënten die een aortaklepvervanging via een mediane sternotomie ondergaan, heeft Mini-AVR meer dan alleen cosmetische voordelen:

  • Patiënten ervaren minder pijn na de operatie (stabiele borstkas) waardoor een betere ademhalingsfunctie optreedt in de onmiddellijk postoperatieve periode
  • Kortere duur aan de hartlongmachine
  • Minder lange beademingsduur
  • Minder bloedverlies waardoor minder nood aan bloedtransfusie
  • Korter verblijf op de intensieve therapie afdeling
  • Korter ziekenhuisverblijf
  • Vlugger herstel
  • Vlugger hernemen van de dagelijkse activiteiten en vlugger terug aan het werk

Van maart 2013 tot en met maart 2015 werden in onze dienst 166 Mini-AVR ingrepen uitgevoerd. Bij geen enkele van deze patiënten diende een conversie naar volledige sternotomie te worden verricht. In vergelijking met patiënten die een volledige sternotomie ondergingen voor aortaklepvervanging was het hospitaal verblijf gemiddeld 3.8 dagen korter in de Mini-AVR groep.

Conclusies

Naast het cosmetisch profijt zijn er duidelijk andere essentiële voordelen van deze minimaal invasieve techniek zoals hoger beschreven.
Deze voordelen zijn aanwezig zonder de korte en lange termijn overleving van de patiënten te compromitteren in vergelijking met de groep patiënten die een aortaklepvervanging via de conventionele weg (mediane sternotomie) ondergingen.

Kunstkleppen

Er zijn twee soorten kunstkleppen: biologische en mechanische.

Uit klinische studies blijkt dat de mechanische hartkleppen niet beter of slechter zijn dan de biologische hartkleppen. Er zijn wel verschillen die de mechanische hartklep meer geschikt maken voor jongere patiënten en de biologische hartklep voor wat oudere mensen.

  • De mechanische kunstkleppen zijn gemaakt uit duurzaam materiaal: kunststof of koolstof en metaal. Hierdoor slijten ze nauwelijks en ze gaan in principe een leven lang mee. Het grote voordeel van deze kunstkleppen is dus hun duurzaamheid. Nadelig is dat het bloed de neiging heeft om te stollen op lichaamsvreemd materiaal waardoor patiënten levenslang sterke bloedverdunners moeten innemen met bijhorend risico op bloeding en beperkingen. Een ander nadeel is dat de klep hoorbaar is.
  • De biologische kunstkleppen (bioprothesen) zijn gemaakt van speciaal bewerkt weefsel van dieren (varkens of runderen), dat meestal wordt opgehangen in een ring van kunststof, of donorkleppen van mensen (de zogenaamde homogreffe). Het probleem van afstoting doet zich hier niet voor, omdat de hartklep bestaat uit dood weefsel. Het grote voordeel van deze biologische kunstkleppen is dat ze geruisloos zijn en dat de patiënt geen antistollingsmiddelen hoeft te gebruiken. Het nadeel is dat deze kunstkleppen minder duurzaam zijn dan de mechanische en in de loop der jaren gaan verkalken en daardoor opnieuw gaan lekken of vernauwen waarbij de klep uiteindelijk opnieuw moet worden vervangen.

Voor de ingreep zal uw chirurg samen met u overwegen welke soort operatie, reparatie of vervanging (mechanische of biologische kunstklep) voor u het meest geschikt is.

Nabije en verre toekomst van de kunstklepvervanging

Momenteel maken we ook gering gebruik van een klepvervanging zonder openhartoperatie. Deze ingreep maakt gebruik van de techniek van de hartkatheterisatie om een opgevouwen kunstklep via een katheter naar de zieke aortaklep te leiden. In medische termen is dit een percutane klepimplantatie, dat wil zeggen een kunstklep inbrengen (implanteren) via een klein gaatje in de huid (percutaan). Eerst wordt de hartklep weggedrukt door een ballondilatatie, daarna wordt de opgevouwen kunstklep op zijn plaats gebracht en uitgevouwen. Voorlopig wordt deze nieuwe techniek vooral gebruikt bij oudere patiënten voor wie een openhartoperatie te zwaar of niet meer mogelijk is. Deze ingreep wordt TAVI genoemd (Transcatheter Aortic Valve Implantation).

De bestaande mechanische en biologische kunstkleppen hebben allemaal nadelen. Een kunstklep die gemaakt is van je eigen cellen zou een mooi alternatief kunnen zijn. Momenteel wordt er gewerkt aan de ontwikkeling van een nieuwe generatie kunstkleppen die door middel van ‘tissue engineering’ van lichaamseigen materiaal (eigen cellen) worden gemaakt. Het onderzoek bevindt zich nog in een experimentele fase en de weg naar de praktijktoepassing is nog lang.

Opname bij een hartoperatie

Nu u van uw arts vernomen heeft dat een hartoperatie voor u de beste behandeling is, zullen er bij u ongetwijfeld een aantal vragen de kop op steken. De brochure die we hiervoor voorzien is niet alleen bedoeld als informatiebron voor u, die een behandeling aan het hart moet ondergaan, maar ook voor uw familie.

In deze informatiebrochure proberen we u antwoorden te geven op uw belangrijkste vragen. U kan deze brochure ook gebruiken als leidraad tijdens uw verblijf op de afdelingen intensieve zorgen en de hospitalisatieafdeling.

Klik hier.

Ontslag na een hartoperatie

Ook na je ontslag zit je beslist met allerhande vragen die we beantwoorden in de brochure 'Ontslag na een hartoperatie'. Deze informatiebrochure volgt op de brochure ‘Opname bij een hartingeep’. De eerste brochure ging vooral over pathologie, de preoperatieve voorbereiding, en het verblijf op de intensieve zorgenafdeling,…

Deze brochure richt zich op het verblijf in het ziekenhuis na een hartingreep, de revalidatie en het verder postoperatief verloop na ontslag uit het ziekenhuis. 

Klik hier.